VAN GRONINGEN NAAR CHILI’S NUEVA CANCIÓN

Het platteland van Oost-Groningen bloeide rond het begin van de twintigste eeuw dankzij de komst van chilisalpeter (natriumnitraat). Salpeter toverde de zware zeeklei om tot een vruchtbare bodem voor bieten, graan en aardappelen. Het verving de koemest. Het ‘witte goud’ betekende rijke oogsten, welvaart en geluk voor de Groninger boeren. Zij deden de koeien de deur uit, want ze hadden de mest niet meer nodig, zij werden graanboeren en verkochten het stro voortaan aan een nieuwe bedrijfstak, de strokartonfabrieken. De landeigenaren bouwden grote huizen voor zichzelf en werden herenboer. De geschiedenis van hen is te lezen in Frank Westermans De Graanrepubliek. Toen de salpeter werd vervangen door kunstmest na de Tweede wereldoorlog was het snel afgelopen met de salpeterhandel.

Een groot deel van hun vruchtbare grond is NU opgeofferd voor de aanleg van een enorme plas en de “Blauwe Stad”, een van die megalomane projecten die op kosten van de belastingbetaler grandioos zijn mislukt, maar dit terzijde.

Terug naar de salpeter, een delfstof uit de zoute Atacamawoestijn in het noorden van Chili, een van de droogste, warmste en stoffigste plekken op aarde. Hier dolven arbeiders met houwelen en schoppen de grote brokken salpeter in dienst van merendeels Engelse firma’s die vanuit de haven van Iquique met Duitse windjammers het spul naar onder meer de haven van Delfzijl verscheepten. Per jaar kwamen er drie schepen met hun vracht aan. Lees hierover: Windjammers in Delfzijl. De route van de chilisalpeter van Aafke Steenhuis (2003). De importeur was de Groningse firma Van Hoorn, Luitjes en Kamminga (voorvader van Jan Kamminga, VVD-er, ex-commissaris van de Koningin en ex – werkgeversvoorzitter) die er rijk mee werd.

Iedereen profiteerde van de salpeter: de Engelse Salpeter Maatschappijen, de Chileense regering die hun inkomsten vooral hadden uit de heffing op hun voornaamste exportproduct, de transportbedrijven die de salpeter de halve wereld over voeren, de importeurs en de herenboeren in Groningen.
Alleen de Chileense arbeiders niet. Zij woonden in dorpjes van de mijneigenaar, zij kregen betaald in fiches die ze in de winkel van de mijneigenaar konden inwisselen, zij maakten lange uren onder zeer beroerde omstandigheden, zij deden ongezond werk , het zout tastte hun huid aan.

In December 1907 kwamen zij in opstand. Niet alleen de mijnarbeiders, maar alle arbeiders uit de streek, deels met hun gezinnen, verzamelden zich bij de Santa Maria school in Iquique, meer dan 10.000 mensen. Na een week van onderhandelen hadden de bazen er genoeg van. Het leger was onder leiding van generaal Silva-Renard Iquique binnengetrokken. Binnen een uur aan het werk of anders zou er worden geschoten. De arbeiders die nog vertrouwen in de politiek hadden dachten dat het wel los zou lopen, terwijl het leger ondertussen mitrailleurs rond hen opstelde. Na precies één uur begon het schieten, naar schatting ruim drieduizend mensen waaronder vrouwen en kinderen kwamen om. Ze werden ’s nachts in een massagraf begraven.

Lange tijd is dit bloedbad in de wereld onbekend gebleven totdat kunstenaars, filmers en musici zich ermee bemoeiden. In 1968 kwam de film van de Argentijn Fernando Solanas uit “La hora de los hornos” en in 1969 componeerde de Chileen Luis Advis Vitaglich: Santa María de Iquique, cantata popular.

Quilapayun: Santa María de Iquique, cantata popular. El Sol en Desierto Grande

Onder de dictatuur van Pinochet was het verboden om over het bloedbad te praten. Pas in 2007 werd een monument voor de slachtoffers in Iquique opgericht en kwam historisch onderzoek op gang. Zo werd ontdekt dat de bazen heel makkelijk aan de eisen van de arbeiders tegemoet hadden kunnen komen maar dat weigerden want dat zou betekenen dat de rotos (armoedzaaiers) zouden winnen en dat konden ze niet over hun kant laten gaan.

Op 11 september 1973 werd opnieuw een bloedbad aangericht toen general Pinochet (1915-2006) een staatsgreep pleegde met behulp van de Verenigde Staten, waarbij de democratisch gekozen president Allende omkwam. Zeker 130.000 tegenstanders die opnieuw voor rotos werden uitgemaakt werden gearresteerd, tienduizenden werden gemarteld en meer dan 3000 linkse tegenstanders werden vermoord. Tienduizenden verlieten hun land, een neoliberale politiek (Chicago-school) werd het nieuwe beleid. Pinochet maakte vrienden onder westerse conservatieven zoals Margaret Thatcher. De dictatuur duurde tot 1990. Pinochet was bereid afstand te doen op voorwaarde dat zijn militairen (en hijzelf) ongestraft zouden blijven voor alle misdaden die ze begaan hadden. Ook het bloedbad van 1907 onder leiding van generaal Robert Silva-Renard was ongestraft gebleven.

Dankzij de staatsgreep werden bij ons een aantal Chileense muzikanten beroemd, waaronder Victor Jara, die in het stadion werd opgesloten, zijn vingers werden gebroken –zodat hij geen gitaar meer zou kunnen spelen – en kort daarna vermoord. Een van zijn bekendste liedjes is El derecho de vivir en paz / het recht (van de Vietnamezen) om in vrede te leven.

Victor Jara: El Derecho de vivir en paz

Aan Victor Jara is een apart blog gewijd: zie Victor Jara.

Violeta del Carmen Parra Sandoval (1917 – 1967) was een Chileense folkmuzikant en beeldend kunstenaar uit een muzikale familie. Ze legde de basis voor La Nueva Canción Chilena, een vernieuwing van de Chileense volksmuziek met sociaal geïnspireerde liedjes en kreeg als bijnaam “de Chileense Edith Piaf”.

La Nueva Canción Chilena werd in de jaren ’60 en vroege jaren ’70 de muzikale stem van de sociaal-politieke beweging in Chili, die zijn invloed kreeg tot ver buiten Chili. In 1966 nam ze haar laatste album op, Las Últimas Composiciones, met daarop het lied Gracias a la Vida (que me ha dado tanto) (Nederlands: Bedankt voor het leven, dat me zo veel heeft gegeven). Kort daarna maakt ze een eind aan haar leven. Een verbroken relatie met de Zwitserse muzikant Gilbert Favre, voor wie ze haar eigen man verlaten had, was hier debet aan.

Gracias a la Vida is het bekendste lied van Parra geworden en vertolkt door velen. Zo namen Mercedes Sosa, Joan Baez en Placido Domingo het lied op in hun repertoire. Je kunt het makkelijk vinden op Youtube.

Violeta Parra: Volver a los Diecisiete (‘Om weer 17 te zijn’)

In 2012 is het leven van Violeta verfilmd door Andrés Wood: Violeta Se Fue a los Cielos / Violeta ging naar de hemel. De film verhaalt van haar tumultueuze jeugd, haar reizen door Chili met als doel de traditionele cultuur te behouden en haar popularisatie van de “Nueva Canción Chilena” tot haar uitstapjes naar Parijs als gevierd beeldend kunstenaar – ze exposeerde zelfs in het Louvre – en haar tumultueuze liefdesleven. En dan is er nog de muziek (bron: Arjan Welles; www.filmtotaal.nl)

Hetzelfde nummer als hierboven, maar dan in een scene uit de film: