OPMERKELIJKE MUZIEKINSTRUMENTEN: HAMMONDORGEL

Het hammondorgel is een elektromechanisch orgel, ontworpen en gebouwd door Laurens Hammond (Amerikaans ingenieur en uitvinder, 1898-1973), dat in 1934 gepatenteerd werd. Hoewel het hammondorgel oorspronkelijk verkocht werd aan kerken als goedkoop alternatief voor het pijporgel, werd het later ook gebruikt eerst voor jazz en daarna, in grotere mate, voor rock en gospel.

Bekende Nederlandse bespelers van het hammondorgel waren Cor Steyn (1906-1965) begeleider van Dorus (Tom Manders), Rick van der Linden (1946-2006) toetsenist van Ekseption (“Air” en “Sabre Dance”) en Thijs van Leer, die ook fluit speelde, bij Focus (“Hocus Pocus”).

Het typische hammondorgel geluid hoor je het best bij jazzmusici:

De muziek van James Oscar (Jimmy) Smith (1928 – 2005) werd gekenmerkt door veel percussie en snelle melodische improvisaties. Zijn stijl werd beïnvloed door zowel gospel als blues. Zijn eerste opnames maakte hij in 1956 voor het platenlabel Blue Note. Zijn favoriete instrument was de Hammond B-3.

Jimmy Smith: The Cat (opname uit 2001)

Ook bij de Duitser Klaus Wunderlich (1931-1997) speelde het Hammondorgel een hoofdrol; hij haalde 13 gouden platen. Na 1977 speelde Wunderlich op de Wersi Helios, een nieuw Duits orgel waar nog veel meer geluiden uit te halen waren. Er zijn geen liveopnamen te vinden op Youtube waar je hem een hammondorgel ziet bespelen.

Al Kooper speelde in 1965, min of meer bij toeval, hammondorgel bij de opname van Like a Rolling Stone. Hoewel niet van tevoren gepland was Dylan enthousiast over Al Koopers bijdrage. Rond 3.50 krijg je het hammondorgel eventjes in beeld.

Bob Dylan: Like a Rolling Stone.

 

Steve Winwood (1948) werd op 15-jarige leeftijd de zanger en hammondorgelbespeler van de Britse Spencer Davis Group. Zij scoorden hits met “Keep On Runnin”(1965), “Gimme Some Lovin”(1966) en “I’m a Man” (1967).

The Spencer Davis Group: Gimme some lovin

Het trio The Nice met Keith Emerson op Hammond oogste in de Jaren 1967 – 1970 veel succes met hun interpretaties van klassieke muziek, zoals Sibelius en Bach. Hier met een werk van Leonard Bernstein uit de West Side Story:

The Nice: America

Hun beste opname met het Hammondorgel is “Intermezzo from The Karelia Suite”, een bewerking van het muziekstuk van Sibelius, een studio-opname op de Elpee: “Ars Longa, Vita Brevis” (Latijn voor: “Kunst duurt het langst” – want het leven is kort). Op Youtube kon ik wel live-opnamen vinden maar die klinken wat rommelig.

Na het buiteenvallen van The Nice vormde Emerson een nieuw trio: Emerson, Lake & Palmer.

Op de achtergrond zie je vaak grote vierkante kasten met horizontale spleten aan de zijkant. Lesliespeakers, ook wel rotary speakers, zijn luidsprekers waarin het geluid door een draaiende trommel of hoorn (rotor) als het ware ‘rondgeslingerd’ wordt. Door het ruimtelijk effect hiervan en door het dopplereffect ontstaat een karakteristiek geluid dat wel wat weg heeft van vibrato en tremolo. Het effect kan gevarieerd worden door de rotatiesnelheid aan te passen. In een meerwegsysteem zijn de hoge- en lagetonenluidsprekers meestal voorzien van aparte rotors die elk met een eigen snelheid draaien. Lesliespeakers worden vooral gebruikt bij hammondorgels.

Een van de beroemdste nummers dat met een Hammondorgel werd opgenomen is een compositie van Gary Brooker (zang, piano) en Matthew Fisher (Hammondorgel):

Procul Harum: A Whiter Shade of Pale

De muziek was geïnspireerd door Johann Sebastian Bach; de zeer poëtische tekst is onduidelijk en er is al veel over gespeculeerd.  Mijn vertaling van de tekst vindt u hier: