KERSTMIS: FEEST VAN HET LICHT

“Tradities komen en tradities gaan”, daar moest ik aan denken bij de discussie over Zwarte Piet. Nieuwe tradities zijn de laatste decennia geïntroduceerd of geïmporteerd waar ik in mijn jeugd nog nooit van had gehoord: Valentijnsdag (14 feb) en Halloween (31 okt). Lokaal zijn daar nog enige tradities bijgekomen zoals hier en daar pompoenoogstfeesten en wijnfeesten. Het Kerstfeest dat wij vieren kent een lange traditie maar is in de loop der tijden ook aardig veranderd.

Een klein gedeelte van de zon bereikt de aarde en slechts een klein gedeelte van de energie die ons bereikt wordt door ons daadwerkelijk benut. De zon is van ons allen. Al vroeg realiseerden de volkeren zich dat men veel te danken had aan de zon, de zon werd als een god vereerd. In sommige tijden als de voornaamste god, maar ook soms als de enige god, zoals in Egypte onder farao Amenophis IV (1375-1358).

Michael Atherton: Ancient Egyptian Music – Creator Sun God

Volgens Sigmund Freud was het geloof van Moses in één God ontleend aan deze zonreligie en zo ontstond het monotheïsme. Ook in Babylon werd de zon als God aanbeden. In de Griekse veel-godenwereld was Apollo de god van de zon en van (hé wat leuk) muziek. Het Romeinse Rijk kende een veelheid aan goden, maar ook veel sektes en culten die binnendrongen via soldaten, slaven en handelaren vanuit alle hoeken van het Romeinse Rijk.

Mithras wordt al genoemd in de Indiase Rigveda, die uit ongeveer 1500 voor Christus stamt. Vanuit India vond deze godheid zijn weg via Perzië (“Zoroastrisme met Ahora Mazda en de profeet Zarathustra”) naar de Griekse wereld waar hij aan de zonnegod Helios (helios = zon) gekoppeld werd. Uit de Zoroastrische traditie:

Maryam Akondy: Niyayesh e Atash (praise of Fire)

In de laatste eeuw voor Christus werd de cultus rond Mithras door Romeinse soldaten en handelaren geïntroduceerd in het grote Romeinse rijk. Mithras werd daar gelijkgesteld aan de alom vereerde ‘onoverwinnelijke zon’, de ‘Sol Invictus’.  In de eerste eeuwen van onze jaartelling maakte de Mithrascultus een enorme bloei door. Overal in het Romeinse Rijk werden heiligdommen neergezet gewijd aan Mithras, de Mithraea.  Zelfs in België (Tienen) zijn onlangs resten van een Mithraeum gevonden. In Rome zijn er ruim vijftig aangetroffen, in Ostia, de haven van Rome, negentien. Aan het begin van de vierde eeuw was de Mithras- cultus uitgegroeid tot de grootste religie binnen het Romeinse rijk!
Met de decadente keizer Elagabal (218-22) kwam een Syrisch priestergeslacht aan de macht die de zon als enige god erkende, en vijftig jaar later onder Keizer Aurelianus (270-275) werd de verering van God de zon (“Sol Invictus”) tot staatsreligie verheven. Tegelijkertijd streden de Christelijke religie en de verering van Mithras om de eerste plaats in het Romeinse Rijk.

Er waren opvallende parallellen met het Christendom.
Mithras kwam volgens de overlevering, van de hemel naar de aarde; bij zijn geboorte werd hij door herders aanbeden die hem ook de eerste lammeren en vruchten van het veld brachten. Later steeg hij weer ter hemel en nam deel aan de macht van God. Ook geloofde men dat hij eens zal terugkomen om de doden op te wekken en te oordelen.

De Mithrasreligie was streng hiërarchisch. Het hoofd heette pater patrum, vader des vaders, net zoals de paus. De priesters waren vader, de gelovigen broeder. Alleen mannen mochten lid worden. Na een initiatierite werden ze ingewijd in de geheimen van het geloof. In hun tempels, de mithraea, werd een centrale plaats ingenomen door een afbeelding van Mithras die een stier slacht. De Mithrasreligie kende de doop, het vormsel en de communie van brood en wijn vermengd met water. Er zijn te veel parallellen met het Christendom om hier te vermelden.

Volgens sommige historici zouden wij nu nog steeds de zonnegod Mithras aanbidden als de Romeinse keizers om politieke redenen niet het pleit beslist hadden ten faveure van het Christendom. Nadat keizer Constantijn het Christendom al getolereerd had werd het onder keizer Theodosius I de Grote, (ca. 346 – 395) de Romeinse staatsgodsdienst. Vanaf 392 werd op het bezit van “heidense” symbolen zoals huisaltaren en beeldjes de doodstraf gesteld en werden Christelijke kerken gebouwd op de vernielde heiligdommen van de Mithrasreligie.

Mithras, de onoverwinnelijke zon, wordt ieder jaar opnieuw geboren. Op 25 december rijst de god op uit een steenrots. In de ene hand houdt hij een dolk, in de andere een fakkel. Uit zijn muts en uit de rots straalt een vlammend licht. Herders komen op het spektakel af en slaan het wonder gade.

De geboortedag van Mithras was 25 december. Toeval? Nee, de Katholieke kerk heeft de datum overgenomen van de Mithrasreligie en de Sol Invictus. Dat was in het jaar 353 en pas nadien werd Kerstmis gevierd. Tegelijkertijd werden daar ook elementen van het Germaanse Zonnewendefeest (Joelfeest) en de Romeinse Saturnaliën in verwerkt. Het duurt twaalf dagen waarvan de kortste dag van het jaar de belangrijkste is. In die dagen wordt veel gegeten en gedronken. Men ontsteekt Joelvuren.
De Nazi’s en de NSB trachtten de benaming van het kerstfeest te vervangen door het “Joelfeest”. Maar dat was geen reden voor de Zweden de eeuwenoude benaming te vervangen, daar wenst men elkaar met kerstmis nog steeds een “God Jul” (Jul = Joel). Drie radiopresentatoren maakten het volgende filmpje:

Radioresepsjonen: God Jul

 

Over naar het meer serieuze werk. Een traditioneel lied uit Griekenland:

Nana Mouskouri: Christmas Carols

 

Na de Reformatie waren godvruchtige protestanten tegen viering van het Kerstfeest. In Engeland in 1644, verklaarden de Puriteinen die het parlement beheersten, dat 25 december een normale dag was. Een aanzienlijk deel van de Puriteinen, Baptisten, Quakers, Presbyterianen, Calvinisten beschouwen de kerstmisviering als een heidense godslastering en brachten deze zienswijze naar het vroege New England en boden sterk tegenstand aan de feestdag in Amerika, tot in het midden van de 18de eeuw”. In Boston bleven de openbare scholen op 25 december open tot in 1870. Pas in 1836 riep de eerste Amerikaanse staat (Alabama) Kerstmis uit tot vakantiedag. De Kersttraditie werd later bedacht met een commercieel oogmerk.

 

Santa Claus is een verbastering van de Nederlandse Sint Nicolaas. In 1809 beschreef Washington Irving in zijn fictieve geschiedenis van New York, wat in 1611 was gesticht als Nieuw Amsterdam, al een bezoek van Sinterklaas, waarna van Clement Moore in 1821 een gedicht werd gepubliceerd Twas the night before Christmas waarin een roodwangige en in bont geklede St. Nick met 8 rendieren voor een arrenslee arriveert en door de schoorsteen de huizen binnendringt om een zak met cadeautjes achter te laten.

In 1930 kreeg de tekenaar Haddon Sundblom de opdracht voor een advertentiecampagne om het drinken van coca-cola met kerst te bevorderen. Hij ontwierp een gezellige dikkerd met een mooie baard in de bedrijfskleuren rood en wit. De coca-cola kerstman zou het gezicht van de Amerikaanse Kerstman worden. In 1939 schiep Robert May het negende rendier, Rudolph, die een lichtgevende rode neus had en zo in het donker kon helpen de weg te vinden. Aanvankelijk werd hij door de andere rendieren verstoten, maar door zijn hulp werd hij de bekendste van de rendieren.

Johnny Marks schreef het lied en het werd bekend door Rosemary Clooney en

Perry Como: Rudolph the Red-Nosed Reindeer

 

Men zou de stelling kunnen verdedigen dat met de nadruk op eten en drinken met Kerst, de traditie van de zonnewendefeesten wordt hersteld. Ook Supermarkt Jumbo wenst u een prettige Kerst:

Jumbo: Kerstfeest vier je samen

 

Prettige Feestdagen.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *