HERBIE MANN , FUSION JAZZ & WORLDMUSIC

Een van de pioniers die vanuit de jazzwereld naar wereldmuziek keek en die integreerde was de jazz-fluitist Herbie Mann (1930-2003). Op jonge leeftijd speelde hij klarinet, saxofoon en fluit. Hij groeide op met de swingende jazz van Bennie Goodman, maar luisterde ook naar de Latinmuziek van Tito Puente. Zijn grote voorbeeld was de tenor-saxofonist Lester Young. Maar er waren al teveel jonge saxofonisten en de spoeling was dun. Dus toen de Nederlander Mat Matthews (werkelijke naam Hubert Mathieu Wynandts Schwarts, 1924-2009), die in The Millers had gespeeld en een Amerikaanse zangeres trouwde en in 1951 naar de States was geëmigreerd, voor zijn nieuwe kwartet in 1953 met zangeres Carmen MacRae een fluitist nodig had, meldde Herbie Mann zich aan. Hij ontwikkelde zich snel tot een uitstekend fluitist met een voorkeur voor rauwe muziek met veel percussie, tegen de trend naar meer intellectuele jazz in. In 1958 vormde hij een Afro-Cubaans sextet met 4 percussionisten.

Herbie Mann & Afro-Cubansextet: Todos Loco’s

In 1961 schreef de bassist Ben Tucker het nummer Comin’ Home Baby dat eerst werd opgenomen door het Dave Bailey Quartet. Ben Tucker werkte ook mee aan de plaatopname van Herbie Mann wat zijn grote doorbraak inluidde.

Herbie Mann: Comin’ Home Baby

De vocale versie, met een tekst van Bob Dorough, werd ook een tophit voor Mel Tormé in 1962.

Mel Tormé: Comin’ Home Baby

Herbie Mann raakte ook geïnteresseerd, na het zien van de film Black Orpheus, in de toen nog vrij onbekende Bossa Nova. Hij reisde naar Rio de Janeiro en werkte samen met o.a. Sergio Mendes, Baden Powell en Antonio Carlos Jobim. Deze muziek sloot aan bij Herbies interesse in pulserende ritmes.

Behalve Desafinado namen zij ook een ander beroemd nummer op:

Herbie Mann, Antonio Carlos Jobim en Gilberto Jao: One Note Samba

Door dit succes aangemoedigd ging Herbie Mann helemaal los. Hij voelde zich niet meer aan een enkele stijl gebonden en ging met zijn muziek alle kanten uit. De jazz-critici waren hier niet gelukkig mee (‘te commercieel’), het publiek wel. In 1970 alleen al droegen 5 van de twintig best verkochte jazz-platen zijn naam op de hoes.

Herbie’s volgende “stijl” werd Rhytm & Blues en hij nam platen op in Memphis Tennessee. In 1969 kwam het album Memphis Underground uit, met daarop het gelijknamige nummer

Herbie Mann: Memphis Underground

In 1971 scoorde hij een hit met gitarist Duane Allman (van de Allman Brothers). Duane Allman, door Rolling Stone (magazine) uitgeroepen tot de beste gitarist aller tijden na Jimmy Hendrix, zou later dat jaar met de motorfiets verongelukken.

Herbie Mann & Duane Allman: Push Push

In 1974 had Herbie Mann een discohit met Cissy Houston (de moeder van Whitney)

Herbie Mann & Cissy Houston: Hi-Jack

In de jaren 80 werd het stil rondom hem, hij weigerde de door Atlantic Records gepromote discomuziek nog verder te spelen. In 1991 richtte hij samen met zijn vrouw een nieuw en eigen onafhankelijk platenlabel op, waarbij hij de muziek kon spelen waar hij nog wel achter stond. Zijn anthology en The best of albums brachten hem weer geld in het laatje en de roem die hij verdiende.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *