CARNAVAL IN BRAZILIE

De Portugezen landden in 1500 in Brazilië en troffen daar een rijke Indiaanse cultuur, met muziek, dans en rituelen, van o.a. de Tupis, de Tamoios en Tupinambas. Door bezoekers werden ze zelfs geroemd vanwege hun muzikaliteit. Van deze rijke muziekcultuur is in de hedendaagse Braziliaanse muziek niets terug te vinden.

Braziliaans carnaval vindt zijn oorsprong in de oude Portugese Lenteviering, bekend als entrudo. Dit werd gevierd door het werpen van kleine balletjes van was, gevuld met geparfumeerd water of soms andere vloeistoffen, naar elkaar. Iedereen kon getroffen worden tijdens deze pretmakerij. Zelfs Keizer Dom Pedro II werd een keer in een waterbasin geduwd! [Dom Pedro II (1825 –1891) was de tweede en laatste keizer van Brazilië, hij regeerde 58 jaar. ]

In 1837 begon een ‘Kerstgroep’, die herders naar Bethlehem uitbeeldden, ook mee te doen aan het carnaval dat toen nog in de kinderschoenen stond. Het eerste gemaskerde bal vond in 1840 in Rio plaats. In 1850 was de eerste optocht met versierde karren, en na 1856 namen gekostumeerde vierders in grote getale de straten in bezit. Zij vormden ‘cordões’ (groep mannelijke carnavalsvierders).  Tot 1900 bestonden er geen specifieke carnavalsliedjes, men danste meestal op uit Europa afkomstige wijsjes , alleen de ‘cordões’ hielden het op Afro-Braziliaanse ritme’s.
Chiquinha Gonzaga (1847-1935) schreef in 1899 de ‘marchinha’(letterlijk ‘klein marsliedje’) “O Abre Alas” (‘Maak plaats’) voor de groep Rosa de Ouro, met een afro-braziliaans ritme. De marchinha was de perfecte formule waarop de massa zich op een georganiseerde wijze kon bewegen.

Chiquinha Gonzaga: O abre alas (marchinha de carnaval – 1939 )

In 1917 werd de eerste samba gezongen, dit was het liedje ‘Pelo Telefone’ (aan de telefoon). Gestimuleerd door de net op de markt gebrachte radio ontstond een nieuwe generatie componisten gespecialiseerd in carnavalsmuziek.

Donga: Pelo Telefone (zonder echt filmpje)

De marchinhas waren ook middelen om vrouwen te loven en politici te kritiseren evenals bepaalde aspecten van het Braziliaanse leven en de zeden. De tekst werd maanden van tevoren op papier verspreid zodat iedereen de teksten uit het hoofd kon leren.

In de jaren dertig waren er parades waaraan ook automobielen deelnamen en versnipperd papier uit de huizen op de parade neer dwarrelde. De mensen verkleedden zich vaak met behulp van papieren kostuums.

Ook na de oorlog gingen de mensen in groepen (mensen uit dezelfde buurt of huizenblok), als blocos en bandas de straat op. Vaak hebben ze humoristische namen aangenomen: de groep ‘Oksel van Christus’ komt uit de buurt onder het enorme standbeeld van Christus in Rio. Een andere groep heet: Sympathie is bijna Liefde.

De sambascholen in Rio

De eerste sambaschool werd in 1928 opgericht. Het was een buurtgroep die met grote drums liepen en het karakteristieke geluid voortbrachten. De eerste groep kwam uit de omgeving van een school en sindsdien heette elke groep die dezelfde formule hanteerde sambaschool. In 1935 ging de sambaschool Portela nog een stapje verder en introduceerde het thema (elk jaar verschillend) als kenmerk van de sambaschool en een zogenaamde comissão de frente (de front commissie, gewoonlijk bekende mensen of de mooiste vrouw) en tevens de scheiding tussen de dansers en het publiek.

De laatste jaren heeft de parade gigantische en luxueuze properties aangenomen. Enkele sambascholen tellen bijvoorbeeld 4000 dansers en 300 trommelaars. Elke school heeft elk jaar een nieuw thema en een nieuwe samba-enredo (het lijflied van de groep), er rijden enorme praalwagens mee. De voornaamste personen zijn de porta-bandeira (vrouwelijke vlagdraagster) en de mestre-sala (de ceremoniemeester).
De puxador de samba is de (bekende) zanger die het sambalied (samba enredor) zingt en op de grootste praalwagen staat. Ze trekken groep na groep over een traject van een kilometer met tribunes waar de autoriteiten en uitgenodigden zetelen en waar de rest alleen maar toegang heeft als men dure kaartjes heeft gekocht. Elke sambaschool heeft voor dat traject 90 minuten de tijd.

Voor een sfeerbeeld, de optocht van de Sambascholen, Rio 2015,

 

Tenslotte enkele klassieke songs:

Manhã de Carnaval” (trad. “De Morgen van het Carnaval”) is geschreven door Luiz Bonfá en Antonio Maria. Het werd bekend via de film Orfeu Negro (1959, regisseur Marcel Camus, gebaseerd op een toneelstuk van Vinícius de Moraes. Hier bestaan tientallen uitvoeringen van o.a. met Luciano Pavarotti.

Astrud Gilberto: Manhã de Carnaval

Het volgende samba nummer is geschreven door Jorge Ben Jor.  Hier in de uitvoering van

Sergio Mendes & Brasil ’66: Mas que nada

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *