BRETAGNE: AN-DRO EN HANTER-DRO

Deze reidansen zijn ontstaan in Bretagne. Men deed deze dans op akkers en stampte op deze manier de grond aan. Deze dansen werden gebruikt om de arbeid leuker te maken en om in de strenge religieuze gemeenschappen dansen toch mogelijk te maken. Ook mijnheer pastoor kon zich in deze dansen vinden omdat het lichamelijk contact tussen de dansers in een rij beperkt bleef tot het elkaar vasthouden bij de pinken (An-dro) of alleen de armen over elkaar (hanter-dro).

De an-dro (letterlijk de draai) staat in de maatsoort 4/4. Men houdt de pinken van de beide buren vast. Zo vormt men verschillende rijen.

De danspassen gaan als volgt:

  • eerst doet men drie passen naar links, per tel één pas (links-rechts-links), dan wacht men één tel,
  • men doet drie passen ter plaatse (rechts-links-rechts) en men wacht weer één tel.

Tijdens het eerste deel van de dans (het naar links stappen) maakt men met de pinken een negenvorm, van beneden te beginnen. Tijdens het tweede deel maakt men de tegenovergestelde beweging met de pinken. Het is de bedoeling om figuren te vormen, zoals cirkels voorwaarts en achterwaarts en met twee rijen door elkaar. Het is de taak van de leider (de eerste van de rij, van links te beginnen tellen) om deze figuren te vormen. Hoewel op moderne bals vaak spiralen gevormd worden in deze dans is dit zeker niet de bedoeling: de rijen moeten steeds elkaar tegenkomen om het gevoel van een geheel en het ontmoeten van de gemeenschap in de hand te werken. Ook komen deze figuren het danscomfort en de traditionele vorm absoluut niet ten goede.

Carlos Núñez ( 1971) is een Spaanse musicus die onder anderen speelt op de gaita, de traditionele Galicische doedelzak. Hij begon het bespelen van de doedelzak, toen hij acht jaar oud was. Als teenager, werd hij uitgenodigd om te spelen met het Festival Orkest van het Festival Interceltique de Lorient in Bretagne. Hij studeerde blokfluit aan het Koninklijk Conservatorium in Madrid, en snel verwierf hij de status van jonge virtuoos. Hij ontmoette Paddy Moloney van The Chieftains en trad twee jaar later op met de band, hij werd aangeduid als het 7de lid van de band. Hij werkte samen met Ry Cooder, Sinead O’Connor, The Chieftains, Altan en La Vieja Trova Santiaguera. Zijn meest bekende album is uit 1996 Irmandade Das Estrelas , waarvan een ongekend aantal exemplaren van 100.000 werd verkocht. Hij veranderde daarna zijn speelstijl met elementen van Berber muziek en flamenco, evenals met meer uitgesproken Keltische en vooral Bretonse invloeden. Hier samen met de Chieftains uit het (Keltische) Ierland. (Het is moeilijk een filmpje te vinden waar zowel de musici en ook de dans duidelijk in beeld komen. Hieronder zie je hoe het publiek in beweging komt, maar ze kunnen hun plaats nauwelijks verlaten).

Carlos Nuñez + Chieftains: An Dro

Om te zien hoe dat in Nederland bij Balfolk uitpakt, hier een opname van een workshop tijdens het
Castlefest in aug 2011 in de Keukenhof in Lisse:

Een knap stukje werk is het volgende (zonder dansers)

Robert Culbertson: An Dro, A Breton Dance

Een hanter dro (letterlijk halve draai) is een Bretonse reidans. Het staat in de maat 4/4 + 2/4, maar het wordt vaak in de maat 3/4 of 3/8 geschreven. De hoofdtellen liggen op de eerste en de vijfde tel. Men doet de rechterarm over de linkerarm van de rechterbuur en houdt elkaars handen vast. Zo vormt men verschillende rijen. De rij gaat altijd naar links. De danspas is de volgende: men doet drie passen naar links, per tel één pas, wacht één tel, men doet één pas terug naar rechts en wacht weer één tel. Dit komt net als het maatcijfer uit op 6. Het is de bedoeling om figuren te vormen, zoals grote cirkels voorwaarts en achterwaarts en met twee rijen door elkaar. Het is de taak van de leider (de eerste van de rij, van links te beginnen tellen) om deze figuren te vormen. De bedoeling van deze reidansen was ook de mogelijkheid om wanneer het een groot feest betrof alle aanwezigen al dansend tegen te komen en te groeten zonder het dansen te onderbreken.

Azilia: Hanter Dro

Yao: Hanter dro (met sporadisch beelden van dansers)

Yann Franch Kemener & Didier Squiban: Duhont’ar ar Mane (gezongen, maar zonder beelden van dansers)

Een variant hierop is de tricot (‘breiwerk’), waarbij de an-dro en hanter-dro afgewisseld worden.

Yao: Andro en Hanter dro

Een Arabische variant op de Andro is te zien bij

Musiciens Groupe Babylon, Munadhel Tomika: mariage Chaldéen à Paris, 2012 Part 3