BELGISCH DANSTHEATER

Het moderne danstheater heeft oor voor goede muziek en met name minimal music.

Uit Belgie komt danstheatergroep Ultima Vez, geleid door Wim Vandekeybus (1963), een Vlaamse regisseur, acteur en fotograaf. Hij wijkt steeds verder af van de traditionele dansvoorstelling en integreert woord, beeld, dans en muziek. Wim Vandekeybus debuteerde op de kunstscène als protegé van Jan Fabre. Na twee jaar samenwerking trok Vandekeybus zich terug in Madrid en richtte in 1986 zijn eigen gezelschap Ultima Vez (“Laatste keer”) op, met jonge, eerder onervaren dansers en werkte aan hun eerste productie die in 1987 in Haarlem in première ging. Het gaat over aantrekkingskracht en afkeer, de confrontatie tussen twee personen of twee groepen;het is een explosie van agressie, angst en gevaar.

Na 25 jaar werd hetzelfde stuk door nieuwe dansers opgevoerd; de muziek van Thierry de Mey en Peter Vermeersch wordt uitgevoerd door het ensemble Ictus.

Ultima Vez: What the body does not remember

Vandekeybus wil de rauwe emotie, fysieke kracht en lef laten zien en is samen met onder andere Anne Teresa De Keersmaeker verantwoordelijk voor de bekendheid van België in de internationale wereld van hedendaagse dans.

Na haar dansstudie aan Mudra, de Brusselse school van Maurice Béjart, en aan de dansafdeling van de New York University School of the Arts, gaat de carrière van choreografe Anne Teresa De Keersmaeker van start met Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich (1982). Bij de creatie van Rosas danst Rosas, in 1983, richt ze haar gezelschap Rosas op. Beide voorstellingen, die al snel voor een internationale doorbraak zorgen, worden sindsdien verschillende malen hernomen, het meest recentelijk in het kader van Early Works (2010).

Anne Teresa De Keersmaeker: Rosas danst Rosas (muziek Thierry de Mey)

Vanaf het prille begin spitst Anne Teresa De Keersmaeker haar choreografisch werk toe op de relatie tussen muziek en dans. Ze kiest voor composities uit heel verschillende perioden, van de late middeleeuwen tot de 20ste eeuw, creëert werken van George Benjamin, Toshio Hosokawa en Thierry De Mey, en werkt samen met diverse ensembles en muzikanten. Ook andere muziekgenres komen aan bod, waaronder jazz, traditionele Indische muziek en popmuziek. De Keersmaeker heeft een grote affiniteit met de composities van Steve Reich; ze gebruikt zijn muziek in de voorstellingen Fase (1982), Drumming (1998) en Rain (2001). Haar choreografieën zijn een voortdurend evoluerend samengaan van architecturale composities en een uitgesproken sensualiteit of theatraliteit. Deze unieke stijl bezorgt haar talrijke onderscheidingen.

Peeping Tom: “32 rue Vandenbranden”

Uit Brussel komt het danstheatergezelschap Peeping Tom (voyeur) waarvan de naam verwijst naar de toeschouwer als getuige van het opgevoerde drama. De voorstelling werkt beangstigend en vervreemdend.

“De voorstelling gunt ons een blik in het leven van zes mensen die gebukt gaan onder de gure omstandigheden van het klimaat, en die getergd worden door hun angsten. Een sneeuwlandschap, met daarin drie vervallen barakken, vormt het decor. Een jong stel, een zwangere vrouw, een oudere dame en twee Aziatische jongens proberen het hoofd te bieden aan het leven, de omstandigheden en elkaar. Door middel van dans, muziek en spel worden de verhoudingen langzaam duidelijk.

Het uitgangspunt van het gezelschap Peeping Tom was het verbeelden van de psychologische ballast waaronder jonge mensen tegenwoordig gebukt gaan. Onbeantwoorde liefde, seksualiteit en een miskraam passeren de revue. Gedurende de voorstelling bereiken de hoofdpersonen meerdere mentale (en fysieke) dieptepunten. Deze dieptepunten worden verbeeld door een individuele of collectieve dans, waarin waanzin, wanhoop en gegil de boventoon voeren.”

(053) (187) (orig. Vr 17 apr 2015)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *